Bewegen binnen je bandbreedte
Over cognitieve beweeglijkheid en hoe praktische filosofie ruimte kan geven wanneer tijd en energie beperkt zijn.
Jij of iemand in je gezin wordt ziek, en je leven staat in het teken van medische onderzoeken, afspraken met allerlei artsen, therapeuten en paramedische hulpverleners. Of je gaat scheiden, verhuizen of verbouwen, terwijl er op je werk net een reorganisatie loopt. Gebeurtenissen als deze hebben een flinke impact op hoeveel je cognitief aankunt; ze verkleinen je zogenoemde 'cognitive bandbreedte'.
Als er weinig bandbreedte is, dan is het belangrijk om bewust te kiezen waar je energie naartoe gaat. Er zijn nu eenmaal dingen die je wel kunt veranderen en dingen die je niet kunt veranderen; naarmate je ouder wordt, leer je dat onderscheid steeds beter zien. Blijven vechten tegen wat je toch niet kunt veranderen, is verspilling van kostbare tijd en energie. Vaak kom je daar pas achter als je tegen de grenzen van die tijd en energie aanloopt. Ik spreek uit ervaring. Je wilt dus slimme en goede keuzes maken. Maar hoe doe je dat?
Misschien verbaast het je, maar praktische filosofie biedt hiervoor een bruikbaar gereedschap.
Vrijwel iedereen kan filosoferen en denken over ons denken. Je hebt als mens de potentie om je eigen overtuigingen te onderzoeken en om zo eerlijk mogelijk naar je situatie te kijken. Zodra je dat doet, zul je niet alleen belemmeringen, maar ook mogelijkheden gaan zien. Dat vermogen kun je trainen; ik noem het cognitieve beweeglijkheid.
En er zijn allerlei manieren om dat te doen. Als filosoof in de pragmatische traditie deel ik er graag drie met je, in de hoop dat je daarmee wat meer ruimte kunt gaan voelen binnen een kleinere bandbreedte. Alle drie afzonderlijk zorgen ze voor een completer begrip en beeld van je situatie; er één kiezen is dus al genoeg. Gecombineerd zijn ze de opmaat naar een werkbaar plan.
1. Neem de tijd om je eigen gedachten en overtuigingen te onderzoeken
Eerst moet je identificeren wat je denkt; bijvoorbeeld: 'zonder mij loopt dit project vast'. Als je helder hebt wat jouw overtuigingen zijn, vraag je je af: is het waar wat ik denk? Klopt het eigenlijk wel? Wat zou mijn ergste criticus hiervan zeggen? En iemand die mijn idee fantastisch vindt? Denk door, schrijf op, maak tekeningen. En laat ook de tijd zijn werk doen. Veel zaken worden helderder wanneer je er na een goede overdenking een paar nachten over slaapt.
Je kunt in gesprek gaan met jezelf, met je eigen gedachten, maar het gaat vaak makkelijker (en sneller) wanneer je echt een gesprek hebt met een andere persoon, liefst een scherp luisteraar.
Denk je erover om dit gesprek met een AI te voeren in plaats van met een mens? Houd dan scherp in de gaten wanneer jij zelf stopt met nadenken, en maak pas op de plaats als je merkt dat het je te snel gaat. Stop de chat en doe iets compleet anders. Inzichten hebben tijd nodig om te landen.
2. Observeer je werkelijkheid
Een andere weg naar binnen is via de buitenkant: observeer je huidige situatie. Wat is de stand van zaken? De belemmeringen, de mogelijkheden. Waar gaat je week werkelijk aan op: aan overleg, aan zorg, aan wachten? Schrijf op wat je ziet en sorteer: wat ligt vast, en wat kan bewegen?
Daarna mag je spelen: welke mogelijkheden heb je nog niet gezien? Denk buiten de gebaande paden; fantaseer er gerust op los. Het realistische stuk komt later wel, de bedoeling is juist om vrijer en beweeglijker te denken, en daarbij is alles geoorloofd.
Pas nadat je je observaties hebt gedaan en opgeschreven, ga je de observaties zélf onder de loep nemen. Waar zat jouw verbazing, jouw weerstand? Wanneer had je het gevoel dat je écht verder dacht dan je tot nu toe had gedaan?
Schrijf ook op welke mogelijke acties er in je opkwamen tijdens dit denkproces, hoe vergezocht of onuitvoerbaar ook. Ze kunnen later bruikbaar zijn, al is het maar om te weten wat je níét daadwerkelijk gaat uitvoeren.
3. Maak het behapbaar
Een pizza schuif je niet in zijn geheel naar binnen, je snijdt er eerst pizzapunten van. Een berg beklim je niet met één enkele sprong, maar met vele kleine en soms moeizame, voorzichtige stappen.
Als je je situatie nu wilt verbeteren, kun je een eerste kleine stap zetten. Wil je bijvoorbeeld een ander beroep gaan uitoefenen, dan moet je wellicht eerst een studie of cursus volgen. Een behapbare stap kan zijn om online op te zoeken waar en wanneer er eventueel infodagen zijn. Ook al doe je verder niets, je hebt een stapje gezet. Het gaat erom dat je steeds opnieuw kleine stapjes zet die je helpen om je doel(en) uiteindelijk te bereiken.
Als je er een gewoonte van maakt om eerlijk te kijken naar wat er wel en niet kan, hier woorden aan te geven door erover in gesprek te gaan (met jezelf of anderen), en om behapbare acties te koppelen aan je doelstellingen, dan word je stap voor stap beweeglijker in je denken.
De scherpe luisteraar uit de eerste stap heb je misschien al gevonden: neem je overtuigingen en je observaties gerust mee naar je volgende gesprek met Ludmilla.
Nou. Welke pizzapunt snijd jij deze week af?
